Frank Jansen

25-06-2018

5 uitvalsbases waar iedere fietser geweest wil zijn DEEL 2

Het eerste deel van onze serie over uitvalsbases was een doorslaand succes. We laten jullie daarom niet langer in spanning en presenteren hierbij deel 2. 

6. Levico                 

Het Italiaanse Levico is geliefd bij fietsers. Door de ligging aan het gelijknamige meer en het milde klimaat is het een populaire vakantiebestemming. Campings en appartementen in overvloed. Direct vanuit Levico start de klim naar de Rifugio Panarotta. De Italianen vergelijken het niet voor niets met Alpe d'Huez. Alleen is deze qua omgeving veel mooier. Ook de Kaiserjägerstrasse start vanuit het dorp. Een avontuurlijke klim over een perfect wegdek langs steile rotswanden, diepe afgronden en enkele tunneltjes. Alleen al het uitzicht over het meer is het ritje meer dan waard. Een absolute must do. De Passo Manghen is de ongekroonde koning van de omgeving. Met name de laatste zeven kilometer zijn van ongekende schoonheid. Een rondje terug via de Passo Redebus behoort ook tot de mogelijkheden (112 km). Verder liggen ook de volgende cols binnen handbereik: Monte Bondone, Cima Campo, Passo Brocon en de Monte Grappa.

7. Imst

Imst is een van de beste plekken in Oostenrijk als uitvalbasis voor fietsers. Hier liggen de mooiste beklimmingen binnen handbereik. Misschien niet allemaal grote namen, maar wie zich erin verdiept ontdekt fantastische beklimmingen en sprookjesachtige omgevingen. Het Kaunertal bijvoorbeeld. Met 2750 meter net zo hoog als de Stelvio. Deze kan eventueel gecombineerd worden met de steile Pillerhöhe. De Tiefenbachferner is zelfs nog hoger. Deze zat vorig jaar in de Ronde van Zwitserland en is met 2830 meter de hoogst geasfalteerde weg van de Alpen. De Kühtai is bekend uit de Ötztaler Radmarathon. Wie iets nieuws wil proberen neemt hem via de zijkant, de zg. Silzer Sattel. De Timmelsjoch is ook goed bereikbaar en waarschijnlijk de bekendste naam van alle klimmen in de omgeving. Vanuit het nabijgelegen Landeck behoort het rondje Arlbergpas - Bielerhöhe tot een van de mooiste ritten. Direct in Imst ligt de steile Hahntenjoch, eventueel te combineren met de Flexenpas door het mondaine Lech. Het Pitztal is bijna vals plat, voor een dagje rustig aan. En wie er een kort autoritje voor over heeft kan ook nog even de Stelvio met een bezoekje vereren.

8. Barcelonette

Nog een paar uur zuidelijker dan Bourg d'Oisans vind je Barcelonnette. Vanuit hier kun je de één na hoogste col in Europa betwisten: de Col de la Bonette. Ook het fameuze rondje Col d'Allos - Col des Champs - Col de la Cayolle mag niet ontbreken. En wat te denken van de deels onverharde Parpaillon, die in de Top-10 zwaarste cols van Frankrijk staat. Deze is alleen met een MTB te doen, maar te mooi om te laten liggen. De kilometervreters kunnen zich uitleven op het rondje Col de Larche - Colle delle Lombarda - Col de la Bonette (173 km). Verder in de buurt: Col de Vars, Pra Loup en de lastige Col de Pontis. Omdat Barcelonnette in de zuidelijke Alpen ligt is het klimaat mild en minder grillig dan in de noordelijke Alpen. Niet minder dan een waar fietswalhalla.

9. Tiefencastel

Fietsen door de Zwitserse Alpen kenmerkt zich door hele lange beklimmingen, redelijke percentages en passen boven de 2000 meter. Een klim van 30 kilometer is geen uitzondering. Tiefencastel als plaatsje is niet veel bijzonders, maar om te fietsen vind je van hieruit legio mogelijkheden. Een rondje Albulapas - Flüelapas is werkelijk fabelachtig. De Albula staat bij elke Zwitserlandkenner in de top-3. Iets langer, maar niet minder mooi, is het rondje Julierpas - Malojapas - Splügenpas. Verder zijn nog bereikbaar de San Bernadinopas, Berninapas, Lenzerheidepas en de steile Glaspas. De mondaine stadjes Davos en Sankt Moritz liggen ook niet al te ver weg. Een tip is om altijd lichtjes op je fiets te monteren, want er liggen nogal wat tunnels in de omgeving. 

10. Bédoin

Vanuit het Provençaalse dorp Bédoin kun je eigenlijk maar één col van de buitencategorie beklimmen, namelijk de Mt. Ventoux. Toch mag Bédoin niet ontbreken op deze lijst. Ten eerste omdat je vanuit Bédoin alle drie de kanten van de Ventoux kunt aanvliegen. Ten tweede omdat het hier al vroeg in seizoen (doorgaans vanaf mei) mogelijk is naar de top te rijden. De beste tijd om hier naartoe te gaan is óf het voorjaar óf het najaar. Dan is het relatief rustig en is de temperatuur aangenaam. In de zomer is het warm en druk. In Bédoin is een gezellig typisch Zuid-Frans dorp met talloze restaurantjes en diverse campings. Reserveren in het hoogseizoen is hier een must. Ook buiten de Ventoux zijn de fietsmogelijkheden legio. Een trip naar de prachtige, en niet al te lastige Gorges de las Nesques mag zeker niet ontbreken. 

Vanwege de vele leuke reacties op deel 1 stoppen we hier niet en maken we er een Top-15 van. Stay tuned voor deel 3 dus!

Fan van CycloWorld!

Word onze Ambassadeur

Kom je hier graag, en denk je een leuke bijdrage te kunnen leveren aan CycloWorld? Wij zijn altijd op zoek naar ambassadeurs die ons willen helpen met aanleveren van content.

Gerelateerde artikelen

Nieuws
© Ruinaulta-Ilanz-Vals
Route
© Marcel van Herten