Frank Jansen

18-06-2021

10 ervaringen van een rookie MTB'er

Exact 16 jaar zit ik nu op de fiets, en pas recent ben ik begonnen met MTB’en. Ik woon sinds een tijdje in Bilthoven, en nadat ik een paar van de in totaal 11 MTB routes die hier in de buurt zijn op mijn gravelracer had gedaan, wist ik dat een MTB de betere keuze was.

Om niet te veel overlap te hebben met mijn andere fietsen kocht ik een tweedehands fully, een model met zowel voor- als achtervering. Een prachtige gifgroene Scott Scale 920, nog voorzien van een inmiddels verouderd triple crankstel, maar prima voor wat ik ermee wil doen. Inmiddels ben ik zo’n 1500 km verder op zo’n 20 verschillende trails en ben ik het stadium van absolute beginner wat ontgroeid, alhoewel nog steeds een groentje. Wat zijn mijn belangrijkste lessen?


1. MTB’en is leuk!

Wellicht een open deur en ik moest dit ook echt zelf ervaren. MTB’en is echt leuk, omdat het totaal anders is dan wielrennen en gravel rijden. Bijna alles is anders, behalve dat je op een fiets zit. De snelheid, het gevoel, de omgeving, de techniek. Ook kom je een ander type fietser tegen.

2. Mountainbiken is goed voor je core

Eigenlijk moet ik dagelijks core stability oefeningen doen om mijn zwakke onderrug pijnvrij te houden. Maar ik vind dit zo saai dat ik het vaak verzuim. Mountainbiken is continu staan, zitten, klimmen, afdalen, trekken en duwen. En daarmee train je automatisch je core. Sinds ik MTB is de pijn in mijn rug zo goed als weg.


Win gratis tickets voor de Rothaus Bike Giro Hochschwarzwald!

3. Niet opletten = vallen

Op de racefiets kun vooral tijdens duurtrainingen heerlijk je gedachten laten varen. Hoe anders is dit op je MTB. Zeker op een technisch parcours moet je echt goed opletten, anders mis je een bocht en val je. Iets wat mij vooral in het begin ook zeker 5x gebeurd is. Enerzijds is dit een nadeel, anderzijds juist een voordeel. Het is heerlijk om 1,5 uur nergens over na te hoeven denken en gewoon alleen te focussen op het rijden zelf.

4. Een MTB rit hoeft geen uren te duren

Een rit op een mountainbike is doorgaans wat korter dan een rit op een racefiets. Met 1-1,5 uur heb je al een prima training gedaan en heb je ook (of ik althans) een voldaan gevoel. En dat maakt MTB’en ook uitermate geschikt voor als je eens wat minder tijd hebt. Of zelfs voor tijdens je lunchpauze.

5. MTB is een automatische intervaltraining

De laatste jaren heb ik een hartgrondige hekel gekregen aan solo blokkentraining op de weg. Ik ben daar zelfs helemaal mee gestopt. Op een MTB is het heuveltje op – heuveltje af en daarmee is het automatisch een intervaltraining. De perfecte aanvulling dus op duurritten op de weg.

Subscribe for our newsletter and receive the most most actual gran fondo news

* obligated


6. Je hebt minder kleren nodig dan op de racefiets

In het bos sloof je je meestal iets harder uit dan op de weg (zie 5), er staat minder wind en de snelheid ligt lager. Dat betekent dat je je minder warm aan hoeft te kleden. Vooral hartje winter is dat echt een voordeel. Als je naar over de verharde weg naar een parcours toe rijdt is een windstopper wel een aanrader.

7. Het materiaal heeft zwaar te lijden

Mijn tweedehands Scott was in prima conditie toen ik ‘m kocht maar inmiddels heb ik de cassette, derailleurwieltjes, kabels, bottom bracket, ketting en remblokken al moeten vervangen. Zelfs als je vooral in droog weer rijdt, heeft het materiaal behoorlijk te lijden. Het is dat ik mijn onderhoud zelf doe, anders was het een gepeperde rekening geworden bij de fietsenmaker.


8. Houd rekening houden met de omstandigheden op het parcours

Als ik ga wielrennen, denk ik nooit na hoe over de wegen erbij liggen. Zo lang het droog is, ga ik op pad. Op de MTB is dat een slecht idee. Na dagen van regenval kun je de trails beter mijden, je glijdt alle kanten op, het materiaal slijt verschrikkelijk snel en je moet flink poetsen na afloop. Maar ook van langere periodes met droog weer hebben de trails last. De boel wordt dan één grote zandbak, wat ook niet alles is. Goed plannen dus, en de MTB laten staan indien nodig. Dat is ook nog eens beter voor de trails trouwens.

9. Bandenspanning komt precies

Op de racefiets neem ik mensen die hun bandendruk in tienden uitdrukken niet al te serieus. Op de MTB echter, liggen de zaken compleet anders. Sowieso moest ik wennen aan de enorm lage drukken die gangbaar zijn. mijn huidige (tubeless) setup bijvoorbeeld, zit op 1,5 bar achter en 1,2 voor en dat klinkt gevoelsmatig erg laag. Ook is het erg belangrijk de bandenspanning aan te passen aan de omstandigheden. Dit komt behoorlijk precies, en een tiende van een bar kan hier al veel verschil maken. Het zelfde geldt overigens voor het instellen van de druk in de dempers, overigens.

10. Techniek is alles

Vooral in het begin werd ik links en rechts ingehaald door mountainbikers die in ieder aan hun postuur te zien niet bijster snel konden zijn. Het verschil? Parcourskennis en vooral techniek. Rijden op een MTB is totaal anders dan op een race- of gravelfiets. Op tijd schakelen, de fiets plat durven leggen in de bocht. Even aanzetten net vóór het heuveltje. Veel staand fietsen. Het zijn allemaal dingen die ik heb moeten leren. Alhoewel mijn conditie goed was, was ik qua techniek een houten klaas. De beste optie is een trainer inhuren, met YouTube kom je op zich ook een heel eind.

Fan of CycloWorld!

Become our Ambassador

Do you enjoy coming here, and do you think you can make a nice contribution to CycloWorld? We are always looking for ambassadors who want to help us deliver content.

Related posts