19-10-2021 | Peter Koens

Il Lombardia: een knotsgek Italiaans wielerspektakel

De Gran Fondo Il Lombardia wordt gereden op zondag 10 oktober in het prachtige Italiaanse Lombardije een dag na de profkoers ‘de ronde van Lombardije’, ook wel 'de koers van de vallende bladeren' genoemd. Het is traditiegetrouw de laatste klassieker van het seizoen.


Er wordt gereden in het grote merengebied tussen Como en Bergamo in Noord-Italië. Je vindt hier de zuidelijke uitlopers van de Alpen; een recept voor mooie beklimmingen. Ik besluit om er op donderdag heen te rijden zodat ik op vrijdag en zaterdag nog een verkenningsrondje kan fietsen en naar de profkoers kan kijken. Zondag volgt dan de GF Il Lombardia en maandag doe ik nog nog een afsluitende rit om mijn lange fietsseizoen definitief af te sluiten. Als ik aan het begin van de vrijdagmiddag aan kom op de camping, besluit ik om de eerste en meest spectaculaire klim te gaan verkennen, de gevreesde Muro di Sormano.

Een steil beest

De Muro di Sormano is een begrip uit de roemruchte geschiedenis van de Ronde van Lombardije. Nadat de helling in 1960, 1961 en 1962 in de route was opgenomen, werd hij na protesten van de renners ('te steil!') geschrapt. Maar in 2012, 2013, 2015, 2017, 2018 en 2019 was de Muro terug. Het monster kent maxima van 27%. De terugkeer was te danken aan een splinternieuw wegdek. Niet dat de Muro daardoor zoveel eenvoudiger is geworden, daarvoor zijn percentages van 17% gemiddeld en 27% maximaal te bruut. Rustpunten zijn er ook niet in deze 2 km durende klim. 400 meter onder de top wordt het relatief rustig als de klim even tot zo’n 9% daalt. Nog altijd een kloek percentage, maar door het vuurwerk daarvoor toch een lichte zalving voor de op knappen staande spieren.

De Sormano staat niet op zich, dat maakt het extra zwaar. Het is de kroon op de Colma di Sormano, een helling die begint in Maglio en 7 kilometer lang is. Waar de SP-44 een slinger buitenom neemt (die nog altijd stevig oploopt) gaat de route via de Muro redelijk recht-toe-recht-aan naar boven. De afstand is daardoor korter, maar het wegdek ook veel en veel steiler. Je moet oppassen dat je door blijft trappen, anders val je achterover. De Sormano kan geslecht worden onder de 9 minuten, maar dan moet je wel de benen van het jaar hebben. De top ligt op 1.124 meter.

Niet in de profkoers

De profs rijden de Muro di Sormano dit jaar overigens niet, maar in de cyclo de volgende dag wel. Ik wil zeker weten dat ik deze klim tijdens de rit op kan rijden met mijn kleinste verzet van 36-30. Dat lukt, maar ik zie tevens dat ik hier geconcentreerd moet fietsen om niet stil te komen vallen want opnieuw opstappen is er niet bij. De afdaling is steil en behoorlijk gevaarlijk. In de 2020 editie kwam Remco Evenepoel behoorlijk zwaar ten val in deze afdaling nadat hij over een muurtje in het ravijn was gestort.

Tevreden over de verkenning kom ik terug op de camping. De volgende dag ga ik eerst even kijken bij de profs in het stadje Cantu. Hier ervaar ik direct al het Italiaanse enthousiasme voor het wielrennen. Daarna volgt de verkenning van de tweede belangrijke klim, de Madonna del Ghisallo. Deze is met 9 km iets langer, maar ook minder steil: 5,5% gemiddeld met een uitschieter naar 11,5%. Madonna del Ghisallo is de beschermheilige van de fietsers en op de top is een museum en een kerkje.


De granfondo

Op zondagmorgen is de start van de granfondo al vroeg in de ochtend. Het is nog donker als ik om 06:30 uur samen met een aardige Engelsman vanaf de camping met de lampjes op de fiets naar de start in Cantu fiets. Hij heeft geen koplampje dus is blij om samen met mij te fietsen. Bij de start aangekomen hebben we nog een half uur tot de start en hij trakteert mij op een koffie in het plaatselijke koffietentje. We nemen afscheid van elkaar en wensen elkaar succes, en ik sluit aan in het tweede startvak. Klokslag 07:30 uur is de start met veel Italiaanse bombarie in de vorm van een enthousiaste speaker en veel motoren om het peloton. In een hoog tempo gaat het richting de eerste klim, de Colma di Sormano. Na 25 km wordt de voet van deze klim bereikt, tot dan toe heb ik met de voorste groepen mee kunnen rijden maar direct aan de voet van de klim zoek ik mijn eigen tempo. Ik weet wat er komen gaat.


Totale chaos

De eerste 5 km van de klim spaar ik mijn benen om de laatste 2 km van de gevreesde Muro di Sormano te overleven. Ik kom boven maar het tempo is af en toe zo laag dat mijn fietscomputer af en toe de rit pauzeert. Eenmaal boven stort ik mij in de afdaling maar niet met te veel risico. Het is daarbij is ook nog behoorlijk fris. Na de afdaling volgt een mooi stuk van zo’n 15 km langs het Comomeer. Hier rij ik met een klein groepje kop over kop naar de voet van de Madonna del Ghisallo. Mijn benen voelen nog fris dus ik besluit vlak na het begin van de klim voor een plaspauze. De renners die mij inhalen kan ik daarna wel weer inhalen. Als ik weer op de fiets ben geklommen ben ik verbaasd als een kilometer verder een aantal motoren met de bezemwagen mij inhalen. Ik rij toch niet helemaal achteraan? Daarna rijden er ook geen motoren meer om ons groepje heen.

Tijdens het klimmen is dat niet erg maar als ik 10 kilometer verderop in de afdaling zit merk ik wat het betekent. De afzettingen op kruisingen en rotondes zijn niet meer optimaal. Daarbij is op dit tijdstip het autoverkeer ook drukker geworden. Na de afzink is het nog zo’n 30 km tot de finish en we rijden met grote groepen met een hoog tempo over de openbare wegen. Er ontstaan bizarre verkeerssituaties waarbij auto’s gewoon de rotondes oprijden terwijl er een groep wielrenners aankomt. Meerdere keren wordt er getoeterd, gevloekt en gescholden en moeten wij als wielrenners links en rechts auto’s inhalen. Door het drukke verkeer ontstaan er ook kleine files waar we ons doorheen moeten wurmen. Ik zou het bijna typisch Italiaanse verkeersomstandigheden noemen. Ik moet erom lachen maar tevens ook heel goed opletten om geen ongelukken te maken.


Een bizar wielerspektakel

Na ruim 109 km en 2100 hoogtemeters kom ik over de finish. De laatste 400 meter gaat het nog even 10% omhoog tot aan de finish. Die ligt op een pleintje in de stad waar alle deelnemers door een enthousiaste speaker worden begroet. Als ik even bij een cafeetje koffie ga drinken op het plein, merk ik dat ik totaal niet tot de laatste renners behoor. Er komen nog heel veel renners na mij over de finish. In de uitslagen zie ik dat ik 170ste van de ruim 500 deelnemers ben geworden, 8ste in de categorie M6. De bezemwagen is dus blijkbaar achter de eerste 150 renners aangegaan en vervolgens werden de overige 350 renners aan hun lot overgelaten. Op zich niet zo erg maar de wegafzettingen hadden daarna wel wat beter gemogen.

Toch hou ik een zeer goed gevoel over aan dit knotsgekke Italiaanse wielerspektakel met hele enthousiaste mensen en een bizar steile beklimming.

Fan of CycloWorld!

Become our Ambassador

Do you enjoy coming here, and do you think you can make a nice contribution to CycloWorld? We are always looking for ambassadors who want to help us deliver content.

Related posts

Nieuws
© TOUR Transalp