08-08-2021 | Frank Jansen

La Mongie, mooi van lelijkheid

Op het gebied van wintersport was Frankrijk vrij laat op het feestje. Het moet frusterend geweest zijn voor de Fransen. Na de oorlog begonnen Zwitserland en Oostenrijk al voorzichtig de vruchten te plukken van het skitoerisme, terwijl de Fransen nog moesten beginnen. De gevolgen van er vervolgens gebeurde, zijn ook vandaag nog goed te zien als je door de Franse Alpen fietst.


Ambitieus plan

Je kunt veel van Fransen zeggen, maar niet dat ze niet commercieel kunnen denken. En dus besloten ze eerst goed te onderzoeken hoe ze de concurrentie konden aftroeven. Men kwam met een ambitieus plan. Het eerste idee bleek later visionair te zijn, namelijk de keuze voor grote skigebieden. De wintersporter vindt het immers niet leuk om 10x achter elkaar dezelfde helling te nemen. Bovendien kun je in grotere skigebieden ook veel veel bedden kwijt en de Fransen begrepen toen al: massa is kassa.

Hun tweede idee was al even briljant, namelijk de afstand tussen enerzijds de accommodatie en anderzijds de pistes en liften zo klein mogelijk te maken. Waar je in de traditionele Alpenlanden meestal in een authentiek bergdorp in het dal moest slapen, besloten de Fransen dorpen op de berg uit de grond te stampen. Direct aan de piste: de geboorte van het ski in, ski out concept.

Blokkendozen van beton

Tel daarbij op dat de Fransen door de hogere ligging van hun dorpen ook nog eens enorme sneeuwzekerheid konden bieden en je snapt dat de concurrentie meteen op achterstand stond. Maar zoals zo vaak in Frankrijk, was de uitvoering van het plan matig. Men had haast en niet veel geld. Dus besloten de Fransen hoogbouw accommodaties uit de grond te stampen tegen zo laag mogelijke kosten. Er werd bezuinigd op alles: architectuur, materiaal, kwaliteit en ruimte. Het gevolg waren gedrochten van massale skidorpen die ongeveer net zo sfeervol zijn als een voetbalwedstrijd zonder publiek.

Aanvankelijk legde het de Fransen overigens bepaald geen windeieren. De accomodaties konden zo goedkoop verhuurd worden (vaak inclusief skipas, ook al zo'n gouden idee) dat de wintersporters maar wat graag kwamen. De Franse wintersportaanpak leek succesvol. En dat die dorpen lelijk waren, daar maakte niemand zich echt druk om. 

La Mongie en de Tourmalet

Afgelopen week ben ik tijdens mijn vakantie de Tourmalet van twee kanten omhoog gefietst. Mijn CycloWorld compagnon en fietsmaat Herman Nekkers had me gewaarschuwd: "de oostkant is zwaarder én je komt ook nog eens door dat verschrikkelijke skidorp La Mongie heen."

Naast fervent liefhebber van fietsen in de bergen ben ik fanatiek skiër en zeker ook liefhebber lelijke Franse skistations. De meeste Franse DDR-misbaksels heb ik met eigen ogen gezien. De één nog lelijker dan de ander. Les Menuires, Les 2 Alpes, Le Corbier, Praloup, Alpe d'Huez, Auris en het beruchte Flaine om er eens een paar te noemen. "Hoe erg kan het zijn?", dacht ik dus. Wel, dit overtreft echt alles. La Mongie is de vleesgeworden wansmaak van de na-oorloge Franse wintersportfabriek. Ik vermoed dat ze destijds bij lokale groothandels hebben gevraagd de allergoedkoopste bouwmaterialen aan te leveren, vervolgens een stel derderangs bouwvakkers hebben ingehuurd en gezegd hebben: "maak er maar wat van". Het is bijna misdadig: zo'n lelijk dorp bouwen in zo'n mooie omgeving. 

Tijden veranderen

Het ambitieuze Franse wintersportplan is inmiddels als een boemerang teruggekomen. De wintersportconsument van nu wil weliswaar aan de piste zitten, maar niet in sfeerloos dorp, niet in een brakke, lelijke bezemkast van nauwelijks 30 vierkante meter en niet in een kil appartementencomplex. Tel daarbij op dat vooral Oostenrijk fors heeft geïnvesteerd in het vernieuwen van liften, het samenvoegen van gebieden en kunstsneeuw en je snapt waarom Frankrijk het als wintersportland moeilijk heeft de laatste jaren, ook voor corona al. Tijd voor actie, en de kans lijkt groot dat al deze oerlelijke skistations langzaam uit het straatbeeld gaan verdwijnen. Veel gemeenten bieden sloopvergoedingen of subsidies om zo hun dorpsaanzicht te verbeteren. Beton maakt plaats voor hout. Laagbouw komt in de plaats van hoogbouw. Een skistation als Val Thorens is voorbeeld van een dorp waar het de goede kant op gaat en zo zijn er steeds meer.

Een goede reden dus, om op de fiets zoveel mogelijk van dit soort dorpen af te vinken nu het nog kan. La Mongie er is eentje die bovenaan je bucketlist kan. En de Tourmalet, die kun je dan meteen afstrepen, mits je op de fiets bent.

Fan of CycloWorld!

Become our Ambassador

Do you enjoy coming here, and do you think you can make a nice contribution to CycloWorld? We are always looking for ambassadors who want to help us deliver content.

Related posts