News CWiX 500 Cycling regions Cycling holidays Contact
10-12-2021 | Andries Bosma

Ma Conquête des Ardennes DEEL 2

CycloWorld-lezer Andries Bosma ging samen een fietsmaat de epische uitdaging La Conquête des Ardennes aan. Deel 1 van zijn verslag vind je hier. Vandaag het tweede en laatste deel.


Na de afdaling komen we opnieuw de bordjes Stavelot tegen. Zoals we vaker dezelfde plaatsnamen op borden zien staan door de grote lussen die in het parcours zitten. Niet heel fijn voor het gevoel dat we lekker opschieten. Supermarkten zijn inmiddels al dicht, maar gelukkig kunnen we bij het pompstation bij het binnenrijden van Stavelot de nachtvoorraad aanvullen. Moeilijk om keuzes te maken. Later blijken de Fruitella’s en Tucjes ham-kaas een goede ingeving te zijn geweest voor een welkome nachtelijke afwisseling.

Diner voor twee

We hebben van te voren besloten in het centrum een pastaatje te scoren. De terrassen zijn goed bezet. Het eerste op Google Maps uitgezochte restaurant moet nee verkopen, maar gelukkig kunnen we twee tenten verderop wel terecht. Snel een linguine Bolognese bestellen en naar binnen schuiven om weer door te kunnen en zo op schema te blijven voor de sub 24-uursrit. De bediening is vlot, maar stiekem kost ons diner best veel tijd. We verliezen een uur. Iets na tienen vervolgen we onze tocht. De schemer is ingetreden en de lampen gaan aan. Zo ook op onze fietsen. Weldra zullen we weten of de capaciteiten van de lamp aan de omstandigheden voldoet. Voorlopig is een lage stand voldoende. De ogen wennen aan het donker en de heldere nacht in combinatie met de volle maan zorgen ervoor dat pikkedonker voorlopig niet aan de orde is.


Stavelot staat bij wielrenners bijna synoniem voor de Côte du Stockeu. Bij de profs in La Doyenne nooit een scherprechter, alleen al vanwege de vroege ligging in de route, voor de menig wielertoerist een naam die angst doet inboezemen. Zelf knijp ik hem een beetje voor de volle pastabuik en het effect dat een 20% steile helling daarop zal hebben. Die angst is ongegrond. Ik realiseer me dat in tochten in het verleden elke helling met weinig reserves werden genomen. Vandaag en morgen is het zaak zo langzaam mogelijk een weg naar boven zien te vinden. En dat gaat best. Het is wachten op het moment waarvan je wist dat het ging komen. Dat moment laat vooralsnog op zich wachten. Bij het momument van Eddy Merckx een foto nemen en snel weer door. Ter meerdere eer en glorie van de profkoers hebben ze dat lilleke beeldhouwwerk al na een kilometer in de klim neergezet. Daar waar de beroepsrenners in LBL na amper een kilometer afdraaien, loopt onze klim nog vrolijk anderhalve kilometer door met stijgingspercentages die zelden onder de 10 komen. Overdag is daar tussen de weilanden altijd een mismatch tussen wat de benen voelen en de ogen menen te zien. Met de invallende duisternis is er van die dissonantie geen sprake. Alleen het gevoel in de benen doet er nog toe. Visueel is het vooral genieten van de volle maan die zich langzaam laat zien tussen de spaarzaam aanwezige wolken. Sprookjesachtig bijna.

De heuvels van de Criq

Na Stavelot gaat de route verder richting La Roche-en-Ardenne. Over voor mij bekend terrein van de Vélomédiane Claudy Criquiélion (oftewel De Kriek). Een prachtige granfondo, waarin ik altijd verbaasd was dat het mogelijk is een Ardense rit van 170km te maken en te eindigen met een gemiddelde van boven de 34 km/u. In het licht van de maan, de uitgestorven wegen, het tijdstip en de inmiddels langzaam toenemende vermoeidheid maakt dit tot een ervaring van een geheel andere orde. Anders zullen we maar zeggen. Anders is ook de wijze waarop we de Muur van Maboge nemen. Waar dit in de Vélomédiane een van de scherprechters is dalen we deze steile wand nu in de nacht af. Ik weet nog steeds niet wat comfortabeler is, in het donker 20% omhoog of naar beneden te fietsen. De schijfremmen bewijzen hun dienst en zonder kleerscheuren kunnen we onze weg vervolgen.

Het grote voordeel van ons gekozen startpunt en tijdstip is dat we het relatief meest eenvoudige stuk in het donker afleggen. De weinige wind die er staat hebben we deze zone, heel wat minder omineus dan de overige zones wordt deze La Grande Traversée genoemd in het routeboek, ook in de rug. Alsof we het zo gepland hebben. Door het minder geaccidenteerde terrein lukt het ook beter om bij elkaar in de buurt te blijven. In het holst van de nacht proberen we af en toe te converseren. De dialogen verstommen al snel. De meest diepzinnige vragen en kwesties worden in twee zinnen platgeslagen. Elk denkproces stopt na enkele overwegingen.

Dominique begint inmiddels wel vast te stellen dat zijn ogen bijna dichtvallen. Waarvoor ik van tevoren bang was geweest gebeurt juist niet bij mij. Thuis altijd de regelmatigheid zelve, tussen tien en halfelf naar bed, opstaan om half zeven en in het weekend uitslapen tot zeven uur. Blijkbaar heeft mijn lijf een goede slaapbuffer opgebouwd die ik in één frats mag aanspreken.

Na La Roche is het klimmen erg beperkt, omhoog tenminste. Een paar lange glooiende afdalingen met weinig bochten zijn ons deel. Heerlijk deze fase van de route.


Route barrée

Na Rochefort is het opletten geblazen in Eprave. Hier moeten we van de route afwijken. Google Maps was onze vriend. Door de route in te laden en de laag verkeer aan te zetten komen de knelpunten in zicht. Hier bleek dat bij de oversteek van de rivier de Lesse een brug is afgesloten. Er waren ook andere punten in de route met een waarschuwing, maar deze kregen allemaal het label "mogelijk afgesloten". De brug over de Lesse was aangeven als afgesloten. Onze inschatting was dat de rivier de brug onbegaanbaar had gemaakt door de vele regenval van de vorige week. We hebben besloten de brug te vermijden en de gok te nemen het fietspad te kiezen dat langs dezelfde rivier loopt zonder hem te kruisen. Er is een kans dat het overtollige water het fietspad vervuild heeft. Ik voel me vrij veilig met mijn 28mm bandjes. Dominique is heldhaftiger ingesteld met zijn 23mm retrofit. De keuze blijkt goed uit te pakken. Het fietspad is prima begaanbaar, erg mooi zelfs. We komen precies uit bij de brug, aan de goede kant welteverstaan, een ingestorte brug.

Enig nadeel van de detour is dat de Garmin van het padje is. De route wordt niet meer duidelijk bepijld en afslagaanwijzingen blijven achterwege. De route wordt nog wel geplot op de kaart, maar in het donker is de alternatieve kleur amper te onderscheiden. Het kan ook mijn vermoeidheid zijn die het bijna onmogelijk maakt mijn ogen te laten focussen op het minuscule schermpje. Een paar keer moeten we op onze schreden terugkeren als de navigatie meldt “uit koers”. Vrij irritant, vindt ook Dominique, de vaart wordt er op deze manier behoorlijk uitgehaald, terwijl het idee van de nachtelijke traverse was wat in te kunnen lopen op het schema.

Hoopvol kijken we naar de oostelijk hemel om iets van een ochtendgloren te ontwaren. Aan de zuidelijke horizon zien we de wolken oplichten. Onweer? Substantiële neerslag hadden we niet in de planning, onweer was zelfs een no-go in de beslissingsmatrix in de voorbereiding. Deze gedachtestroom wordt hier ook snel onderdrukt door het verlaagde bewustzijnsniveau. Het weerlicht wordt als ter kennisgeving aangenomen en we vervolgen stoïcijns onze weg.

De vermoeidheid hakt erin

Richting Dinant beginnen de heuvels zich sneller achter elkaar aan te dienen. Eenmaal in die andere Maasstad gearriveerd is het licht. Dominique geeft aan dat zijn ogen steeds meer de neiging hebben zicht te willen sluiten. Ook bij mij begint de vermoeidheid, of beter slaperigheid serieuze proporties aan te nemen. Het is inmiddels duidelijk dat we de 24 uur niet gaan halen. We moeten nog dik 100km. Het tempo inclusief stops ligt op nog geen 23 km/u. Als ik het later nareken moet ik toen toch ergens een foutje gemaakt hebben. Op het moment van schrijven weet ik dat ik mijn calculatieve capaciteiten van toen niet meer op niveau lagen. Op dat moment was de (foutieve) uitkomst een druppel in de emmer. In Dinant krijgen we de eerste van de monsters van de finale voor de kiezen. De finale zone heet omineus La Bataille des Murs. Montagne de la Croix is een korte klim van anderhalve kilometer. Met een gemiddelde van 10% en een maximum van 21 stijgende meters op elke honderd. Op zich al indrukwekkende cijfers totdat blijkt dat de eerste 800 meter met een gemiddelde gaan van 16%. Best pittig, maar we komen boven. Ik ben verbaasd als ik Dominique niet heel veel later boven zie komen. Gezien de toestand waarin ik Dominique enkele minuten eerder aan de oevers van de Maas zag verkeren had ik niet verwacht dat hij überhaupt deze muur zou bedwingen. Ook al voel ik met niet slecht, gemeten aan het relatief kleine tijdverschil op deze klim ben ik er objectief gezien niet zo heel veel beter aan toe.


Belgisch asfalt

Na Dinant wordt ons doorzettingsvermogen wederom op de proef gesteld. De geasfalteerde weg is op Belgische wijze onderhanden genomen. De toplaag is eraf geschraapt. Dat alleen is al niet fijn, maar als daarnaast het oude asfalt er nog in dikke keien overheen is gedrapeerd is fietsen vrijwel onmogelijk. Na inspectie van de digitale wegenkaart hebben we een eenvoudige omleiding gevonden. Maar ook soort intermezzo’s halen de snelheid er behoorlijk uit. De steeds donker wordende luchten en de eerste druppels regenwater zijn de volgende druppels in de inmiddels overlopende emmer. We besluiten de minst heuvelachtige weg terug naar Hoei te kiezen.

Dat ons kritisch denkvermogen tot het nulpunt is gedaald wordt duidelijk als Google ons over een fietspad stuurt. De benaming pad volstaat amper, laat staan dat je er kunt fietsen. In plaats van om op tijd rechtsomkeert te maken blijven we het pad volgen, gedeeltelijk te voet waar fietsen in het geheel niet mogelijk is. Ik verlies mijn beheersing en ga te keer als een briesende stier. Boos op de situatie, boos op mezelf dat ik niet beter heb opgelet bij kiezen van de shortcut naar Hoei. Dit is er dus nodig om geconfronteerd te worden met je rudimentaire zelf. Dominique ziet een kant van mij die voor hem onbekend zal zijn. Toch geeft het me de laatste energie om de verharde weg te bereiken. Na 3km en 30 minuten ploeteren, Dominique blijkt zelfs een keer gevallen te zijn kunnen we onze weg op normale wijze vervolgen. Thuis ga ik wel kijken hoe mijn fiets er aan toe is, want ik weet dat carbon niet is bedoeld voor dit soort wegen.

De laatste loodjes

Inmiddels is het hard gaan regenen. Heel veel kan het me dat op dat moment niet schelen. Gelaten volbrengen we de laatste kilometers naar Hoei alwaar onze laatste top op ons ligt te wachten. De Muur. Rustig aan op de nog niet zo steile aanloop en overleven op het steilste stuk. De Muur is geen onbekend terrein voor me. Meermalen heb ik deze beklommen, maar ik kan me niet herinneren dat bij zo lang duurde. Ondanks de hoge vermogens die ik moet trappen om de gang er in te houden heeft mijn hart er weinig zin in. Bij 135 slagen per minuut houdt ie het voor gezien. Normaal gesproken zit ik dan nog in mijn aerobe zone 2. Om de zuurstof toch op zijn plek te krijgen is er nog een mechanisme dat er voor zorgt meer bloed rond te pompen. Hartminuutvolume is hartslagfrequentie maal slagvolume. Als de eerste achterblijft kan de tweede dimensie dat compenseren. Grote slagen maakt mijn hart als de langzame toeren van de motor van een olietanker. Boef…. Boef…. Boef…. Een heel raar gevoel dat ik nog nooit gehad heb. Ook niet op dag 6 van onze befaamde fietsvakanties waar elke dag de etappe niet eindigt onder de 150km en 3500 hoogtemeters.

Bovenop is de parkeerplaats dit maal wél uitgestorven. Zoals het hoort volgens Google. Moe, voldaan, maar toch ook met een kleine teleurstelling. Het oorspronkelijk doel is niet gehaald. We dalen af met de auto en trakteren ons op een ontbijtje in het plaatselijk fietscafé.

De afdronk

Achteraf bekeken is het gestelde doel, binnen 24 uur de ronde te voltooien, zeker haalbaar. Met minder lange pauzes kun je het halen met een gemiddelde fietssnelheid van 22 km/u. Voorwaarde is wel dat je verder geen ongemakken en pech tegenkomt. Voor ons waren de omstandigheden nagenoeg optimaal, afgezien van de regen aan het einde. Weinig wind, optimale temperaturen (al liep het in de middag toch nog tegen de 30°C) en volle maan. Meteen na afloop moest ik er niet aan denken, maar bij het opschrijven van de mijn ervaringen begint het toch wel een beetje te kriebelen om de tocht nog een keer te rijden en dan wel te finishen in 24 uur. Maar dan wel een hotelletje om na afloop te relaxen. De autorit terug naar huis was het gevaarlijkste deel van de onderneming. Een dutje op een parkeerplaats was onvermijdelijk om de ergste vermoeidheid er uit te slapen.

Het herstel van zo’n tocht was ook iets waar ik heel nieuwsgierig naar was. Eigenlijk was ik alleen de eerste dag na de tocht nog vermoeid. Lichamelijk moe. Op maandag heb ik nog een kort ritje gemaakt om te voelen hoe het lijf er aan toe was. De benen voelden eigenlijk prima, maar het hart wilde nog steeds niet echt vlotten. Zo’n tocht vergt echt hele andere aspecten dan de ritten die ik gewend was. Je helemaal naar de vaantjes rijden in 5 of 6 uur vergt een veel langere hersteltijd dan een uitputtingsslag op duur. Door het lage tempo breng je blijkbaar weinig schade toe aan je spieren. Wat erg meeviel was ook de hoeveelheid voeding die we tot ons hebben genomen. Zeker ’s nacht was dat vrij beperkt. Door de het lage tempo heb je veel minder calorieën nodig dan je gewend bent.

Fan of CycloWorld!

Become our Ambassador

Do you enjoy coming here, and do you think you can make a nice contribution to CycloWorld? We are always looking for ambassadors who want to help us deliver content.

Related posts