News CWiX 500 Cycling regions Cycling holidays Contact
08-12-2021 | Andries Bosma

Ma Conquête des Ardennes DEEL 1

Enige tijd geleden schreef CycloWorld al over de monsterlijke uitdaging La Conquête des Ardennes. CycloWorld-lezer Andries Bosma ging samen zijn fietsmaat de uitdaging aan. Vandaag deel 1 van zijn verslag van één van de meest epische uitdagingen op fietsgebied.


Een dwaas plan

Appje van Dominique: "Hey Andries, zullen we iets geks gaan doen?"
- Al tijden niets geks gedaan. Waar zat je aan te denken?

Mijn eerste zin klopt. Maar het is geen antwoord op de vraag. En ook niet meteen een “ja”. Een link naar de website van La Conquete des Ardennes onthult het volgende:

458 kilometer, 8900 hoogtemeters
Hmmmmmmmm

Het kan in 1 dag. Of 1 jaar. Binnen 24 uur krijg je de onbeschermde titel Chasseur Ardennais, avec les Honneurs. Jager der Ardennen, met eer, met ondersteuning. Zonder ondersteuning, zonder eer.

Voor ik het in de gaten heb zijn we al aan het plannen. Lang nadenken over dit soort fratsen, want dat is het, een frats, heeft geen zin. Nadenken kan alleen leiden tot de conclusie dat je het niet gaat doen. Genoeg excuses liggen voorhanden om er niet aan te beginnen. Ja zeggen is genoeg om er wel aan te beginnen.

Voor € 15,- kun je je aanmelden op de website. Een soort administratiekosten. Veel meer hoef je niet te verwachten, rijk zullen ze er niet van worden. Verwerking van je gegevens en plaatsing van je resultaten met foto’s op de website. En de eretitel. Mits je het haalt.

Plannen

Geen langetermijnplannen. Het moet dit jaar gebeuren, deze zomer om het voor onszelf niet te moeilijk te maken en de nachten zo kort mogelijk te laten zijn. We plannen twee weekenden in juli. We mogen dan wel iets geks gaan doen, we houden beide van droog weer en hebben een bloedhekel aan fietsen poetsen. Bij slecht weer in het eerste weekend kunnen we de rit doorschuiven naar het weekend erna. Het eerste weekend lijkt meteen prijs te kunnen worden. De voorspellingen worden met de dag beter. De regen van de afgelopen weken lijkt het weekend eindelijk te stoppen. Totdat in het midden van de week de hemelsluizen in België open blijven staan. In de journaals wordt zelfs de term watersnood in de mond genomen. Een rampgebied is geen omgeving voor fratsen, besluiten we. Een wijs besluit blijkt later.

Het backup-weekend lijkt ons gunstiger gezind. In de week in de aanloop bouw ik mijn fiets op. We gaan voor eretitel en zijn dus volledig op onszelf aangewezen voor wat betreft voeding, water en eventuele pech. Zo’n tocht vergt de nodige voorbereiding. Niet gehinderd door enige vorm van voorkennis en ervaring proberen we ons voor te stellen wat we nodig zullen hebben. Om te beginnen: elektriciteit. Mijn fiets staat twee dagen van te voren aan de snoeren om vermogensmeter en DI2 van genoeg jus te voorzien. Maar er zijn meer elektronicamiddelen nodig. En zelden zijn deze uitgerust met genoeg reserve om een dag door te kunnen fietsen. Ik heb ze althans nooit aan hoeven schaffen.


Materiaal

De lamp is de 1300XL variant geworden. De stand 450 Lumen houdt het 8 uur uit. Ruim voldoende om de korte nacht door te komen. Maar ook voldoende licht om in het holst van de nacht een Ardense afdaling te nemen?

De onvolprezen Garmin 530 houdt het met navigatie zo’n 12 uur uit schat ik. Nooit geprobeerd trouwens. Mijn langste rit dit jaar zal 5 of 6 uur geweest zijn. Er zijn wel batterijbesparende instellingen te vinden, maar na een eerste test dat lijkt vooral irritatie bij de gebruiker op te wekken. Mijn iPhone van zeker 5 jaar oud heeft nog de originele batterij die op een doordeweekse dag drie keer bijgeladen moet worden.

Conclusie: een powerbank zal onontbeerlijk zijn. De eerste gaat vrijwel meteen retour Bol. Te klein en te licht. Besparing op gewicht blijkt hier een slechte keuze te zijn geweest. Het vermogen is te laag om de Garmin wakker te krijgen. Goed om alles van te voren te testen. Eerste leermomentje. Nu kan en mag dat nog.

Vierentwintig uur fietsen zonder begeleiding. Dat betekent keuzes maken. Licht fietsen en vaak stoppen of veel bagage, alles meenemen en de vaart erin houden? Ik besluit voor de middenweg. Vaak een verstandige keuze in het leven. Zouden meer mensen moeten doen, al wordt het dan allemaal misschien wel een beetje saai. Mijn zadeltas van 8 liter ga ik slechts voor een kwart vullen met een reparatiesetje, pompje, twee CO2-patronen, twee bandjes, veel gelletjes, repen, koeken en dorstlessertabletten. Gelletjes en repen van verschillende soorten en merken om smaakmoeheid zo lang mogelijk uit te stellen.


Kleding

Dominique denkt dat het kort-kort kan blijven, ook ’s nachts. Mijn Belgische website belooft 14 °C in de vroege ochtend. Net te koud om het comfortabel te houden. Het tempo hoog houden om warm te blijven lijkt me geen fijne optie in de kleine uurtjes. Windstopper en mouwtjes mee dus. Van de sponsor. En een hotpack voor tegen het niet-voorspelde regenwater. Later blijkt Dominique de nachttemperatuur van zijn woonplaats in Eijsden te hebben gepijld. Dat scheelde een slordige en betekenisvolle 6°C. Hij was me erg dankbaar voor de hotpack.

Starttijd. Heel veel korter zullen we er niet over doen. Volgens Bartjens betekent dat, dat een starttijd van geen belang is. Op elk tijdstip van de dag zitten we op het zadel. Eerste ingeving is om ’s ochtends vroeg te vertrekken. Maar dat betekent concessies doen aan twee nachtrusten. Kort na het middaguur lijkt een mooie keuze te zijn. Alle tijd voor een goede nachtrust van tevoren en een relaxte afreis naar het startpunt. Ook hakken we zo de warmste periode van de dag in tweeën. En naar men zegt het minst waakzame moment van een mens, tussen 4 en 5 uur ’s ochtends, krijgen we op deze manier niet helemaal aan het einde van de rit. Bovendien valt het op het oog makkelijkste deel van de route (lees: met de minste hoogtemeters) in de nacht.

D-Day

Vrijdag 24 juli. Hoei. Parkeerplaats bovenaan de Muur. Die parkeerplaats ken ik alleen van de bevoorrading tijdens de La Philippe Gilbert, een leuke toertocht waarin PG zelf ook altijd meedeed (doet?), met in zijn kielzog een naarmate de tocht vorderde steeds kleiner wordend gevolg. Een aanrader voor elke wat serieuzere wielertoerist. Om een of andere reden zit in mijn hoofd dat die parkeerplaats vandaag leeg zal zijn. Maar de satellietfoto van Google Maps is slechts een illusoire momentopname die ik voor de eeuwige werkelijkheid ben gaan zien. Er blijkt een soort kleuterpretpark daarboven te zijn. Voor de ingang vormt zich een rij van zeker 150 meter van ouders met hun 4-6-jarige kroost. De rij vormt een onverwacht welkomstcomité van twijfelachtig allooi. Nogal dissonerend bovendien met wat wij van plan zijn. De pretparkgangers zijn allemaal per auto gearriveerd en het wordt nog spannend een plekje te vinden voor de auto. Gelukkig, na wat rondjes te hebben gereden blijkt ook nu weer dat één plekje genoeg te zijn voor onze wagen.

Bovenop starten betekent dat we zullen eindigen met de muur. Dat lijkt ons wel een mooi einde van de tocht. Heroïek kun je ook plannen. Het betekent wel dat de eerste klim in Hoei niet de Muur is, maar de plaatselijke Thier. We vragen ons af wat de betekenis van Thier eigenlijk is. Op de fiets is naar mijn herinnering een Thier nooit een lekkere loper. Ook die van Hoei doet die connotatie niet veranderen. De eerste meters zijn wel heel zwaar. Ik wil lichter schakelen, maar de DI2 weigert van achteren dienst. Het is alweer een tijdje geleden dat ik in de heuvels heb kunnen fietsen, maar dit belooft weinig goeds voor de rest van de dag. Een blik naar achteren geeft enige geruststelling. Het voorblad staat nog geschakeld. Bij 20% hellingshoek en een snelheid van waarschijnlijk nog geen 10 km/h schakelen hier onmogelijk. Geen andere keuze dan om te draaien en de klim opnieuw aan te vangen op het beter behapbare binnenblad. Maar ook met 36 tanden voor worden mijn benen zwaarder belast en gaat mijn hart sneller te keer dan begroot. Tijdens zo’n lange tocht wil ik eigenlijk niet in de buurt van mijn rode zones komen. Zeker niet al zo vroeg. Maar mijn hartslag komt al snel boven de 150, mijn omslagpunt ligt niet veel hoger. 36x28 had wel wat lichter gemogen. Dat had ik van tevoren al bedacht, maar een nieuwe cassette voor 2 tandjes extra vond ik toch wat te gortig. De consequenties zullen de rest van de tocht duidelijk worden.


Een oude bekende

De Thier de Huy is met een lengte van 1,4km, gemiddeld 11% (max 19%) een aardige opwarmer. Voor zover mogelijk rijden we op reserve omhoog. De afdaling blijkt ook niet zonder uitdaging te zijn. Een paar honderd meter na het bord ‘verboden voor alle verkeer’ is de weg over de volle breedte onderbroken door een kloof van een meter diep en halve meter breed. Zonder fiets een prima te nemen hindernis, maar mét en op fietsschoenen een onverwachte uitdaging. Het blijft onduidelijk of dit een gevolg is van de vele regen een week eerder of dat we het onder een typisch Belgische wegwerkzaamheid moeten scharen. Met steun aan elkaar weten we de via de zijkant aan de overkant te geraken en onze weg te vervolgen. Als dit tekenend is voor de rest van onze tocht wordt het nog een lange dag...

De volgende hellingen zijn prima te doen, namen als Haie de Barse en Côte d'Oneux . Zelfs de Redoute is met de handrem erop een helling die niet het uiterste van me vergt. Bovenop tijd voor de eerste verplichte foto als extra bewijs voor de afgelegde route. Andere bindende zelfportretten moeten worden genomen bij het monument van Eddy Merckx op de Stockeu, de Maas bij Dinant, Citadel van Namen en tot slot bovenop de Muur van Hoei.

We naderen Spa. Voor we de stad indraaien wijkt de route iets af van de meest logische en korte route naar het centrum. Niet heel fraai leidt de weg ons langs de hallen van waar vrachtwagens af en aan rijden om de hele wereld te bevoorraden van het eeuwenoude lokale regenwater in flessen. Dan wordt de absurditeit van dit logistieke proces ineens heel tastbaar. Ik denk met schaamte terug aan de tijd dat ik mijn Rocket Espresso apparaat slechts liet drinken uit de blauwe plastic flessen.

In Spa is onze eerste geplande stop. Bij de lokale Spar gaat Dominique naar binnen voor wat versnaperingen die een welkome afwisseling vormen op de reepjes en gelletjes. We nemen de tijd. Met de buikjes rond van het frisse fruit, koude cola (waarom is cola toch zo lekker tijdens of na een warme fietstocht?) gaat de weg meteen weer richting de hemel: Col d'Annette & Lubin. Nog nooit van gehoord. De weg slingert mooi Spa uit, amper een kilometer in lengte, maar met 11% gemiddeld en maxima tot 16% zeker geen makkie. Vanaf de weg zien we in de bossen de villa’s verscholen liggen. De temperatuur is inmiddels aardig opgelopen, de thermometer stijgt richting de 30°. De lommerrijke omgeving maken de omstandigheden goed behapbaar. Wederom ben ik dankbaar dat ik door mijn huidige vormpeil met gemak enige reserve kan inbouwen.


Helling na helling

Na Spa begint de route aan zijn tweede zone: L'Enfer de la Doyenne. Mijn Frans is niet heel goed, maar goed genoeg om niet echt gerustgesteld te zijn. Enerzijds zijn we nog maar net op pad, anderzijds zijn we de 5 uur al gepasseerd. De heuvels volgen elkaar nu in vlot tempo op. Namen als Col du Rosier (van twee kanten), Côte d’Amermont, Thier de Coo, Haute Levée, Côte du Stockeu en Côte de Wanneranval, voor velen bekende en straffe kost. Tot Stavelot zijn de klimmen wat langer dan in de eerste zone, maar ook aanmerkelijk minder kuitenbijtend. Een uitzondering daarop is de klim van Amermont. Een prachtig weggetje dat zich in anderhalve kilometer een slingerende weg omhoog zoekt met percentages boven de 15%. De klim eindigt halverwege de klim die nu juist niet zijn bekendheid heeft om zijn pittoreskheid. We draaien het kaarsrechte restant van de Haute Levée op. Ook al blijft de weg omhoog lopen, de percentages zijn dusdanig dat ik van de gelegenheid gebruik maak om op hoge cadans bergop mijn benen iets van herstel te geven.

Alvorens we via de in tweeën geknipte Haute Levée, nu de eerste helft, afdalen naar Stavelot krijgen we de Thier de Coo nog voor de kiezen. Een bekende natuurlijk. Vast onderdeel van de toertocht die wel de naam maar niet het parcours van de semi-klassieker de Waalse Pijl draagt. In de renaissance van mijn wielerleven stond deze charmante rit meermalen in mijn agenda. Ik had al jaren de beelden van deze klim in mijn hoofd, ik kon hem zo uittekenen mocht ik enig tekentalent bezitten. De beelden, beginnend in een dorpje dat bestaat uit niet meer dan een handvol huizen, langzaam steeds steiler wordend, verdwijnend in het donkere bos, waar een scherpe bocht de climax van de klim markeert. Zo is ie nog steeds. Deze had indruk gemaakt. Alleen een naam kon ik er niet aan verbinden. Het voldane gevoel van vroeger als je eindelijk in een memory-spel de eerste twee bijenkaar horende kaartjes omdraaide: Thier de Coo. Wéér een Thier!

Deel 2 hier.

Fan of CycloWorld!

Become our Ambassador

Do you enjoy coming here, and do you think you can make a nice contribution to CycloWorld? We are always looking for ambassadors who want to help us deliver content.

Related posts