News CWiX 500 Cycling regions Cycling holidays Contact
27-05-2022 | Fiets Magazine | Peter de Groot

Verslag: Gran Fondo Via del Sale

Een beetje vreemd is het wel: een stevige, frisse noordenwind, uitgestrekt laagland met plassen en sloten… Dan denk je toch dat je in een Nederlandse polder rijdt. Maar de geur van mediterrane kruiden, de silhouetten van grove platanen en slanke cipressen solitair in een weids veld vertellen een ander verhaal.

Het is begin april en we rijden door Emilia-Romagna, een heuvelachtige streek aan de noordoostkant van Italië. Het zonnetje schijnt, graadje of 18, fietsen maar. Gps-navigatie is niet nodig, Enrico Rossi, oud-prof en voormalig winnaar van Dwars door Drenthe, bepaalt de route en doet tevens vrijwel al het kopwerk. Routineus laat hij genoeg ruimte voor een kleine waaier. Uiteraard kent hij zijn eigen streek op zijn duimpje en al gauw verlaten we de drukke verkeersroute en belanden op een autoluw traject. In de verte, over heel de lengte van de horizon, lonken glooiende heuvels.

Hoofddoel van dit driedaagse fietsavontuur is de 25ste Gran Fondo Via del Sale. Om te acclimatiseren eerst twee tochten van een kilometertje of 80 met gids Enrico op kop kriskras door het schilderachtige landschap. Langs de zoutwinningsmeren (sale!) in het laagland waar geregeld flamingo’s foerageren, door het dorp Inferno (echt waar!) als huiveringwekkende intro op de hellingen (niet echt) en dan opeens na een bocht naar rechts een kleine ‘Muur’. Naar de kleine plaat schakelen en stampen maar.

Eten bij de fattoria

Doel van deze eerste dag is het dorp Bertinoro. Een steile kasseienstraat – zoals in de finale van de Strade Bianche – mondt uit op een centraal plein. Absolute eyecatcher is het Palazzo Ordelaffi, het gemeentelijke paleis uit 1306. Vergaap je gerust aan dat fraaie stuk middeleeuwse architectuur, maar draai je dan om, loop naar de oude stadsmuur en laat je overweldigen door een majestueus uitzicht.

Lunchtijd. Enrico gaat voor in een razendsnelle afdaling en rijdt dan het erf op bij Fattoria Paradiso, een authentiek wijngoed uit 1853 waar je ook kan slapen. Eten kan er ook. Wat heet: heel veel eten. Natuurlijk eerst tagliatelle Bolognaise, want dat is de traditionele pasta van de streek. Maar dan, dat volle bord blijkt de inleiding te zijn van nog vier gerechten. En ja, het is een wijngoed, dus elke gang gaat gepaard met kwistig uitgeschonken Vigna Molino (sangiovese) of Il Fine (chardonnay). De rit terug naar de kust zal me nog lang heugen.

Pantani-land

De route van dag twee voert door het achterland van Cesenatico. Opnieuw slingerende, beboste heuvelwegen en steile hellingen. Stille dorpen met zelfs hier en daar scharrelende kippen op straat. Voor koffie met appeltaart leggen we aan in het stadje Longiano. Het vroeg-middeleeuwse Castello Malatestiano – nu een expositieruimte voor moderne kunst – torent hoog boven ons terras uit. Een populair terras, overigens. Tientallen renners stoppen er en zoeken een plaatsje. Geen wonder, de koffie is werkelijk delizioso en de lach van de sympathieke uitbaatster aanstekelijk.

Volgende stop is Cesenatico waar een markante binnenhaven ligt. Maar eerst natuurlijk op ‘bedevaart’ naar het huis van wielerlegende Marco Pantani, die zowel Tour als Giro op zijn palmares heeft staan. Over de oorzaak van zijn dood in 2004 hangt nog steeds een waas van geheimzinnigheid.

Corsa di Follia

Volgende ochtend: Gran Fondo Via del Sale. Dun zonnetje, stevige wind, 4 graden Celsius. (Brr..) Mijn gastheer Andrea, die Enrico als gids charterde, heeft ook een VIP-behandeling geregeld, zodat ik niet midden in de massa een uur of zo op de start hoef te wachten. Ik mag vertrekken vanaf de eerste rij. Lekker luxe, alhoewel... Stipt om acht uur klinkt het ‘Partenza!’ en schiet het enorme peloton – meer dan drieduizend fietsers – in gang.

‘Schieten’ is het juiste woord. Veel jonge Italiaanse renners met ambities proberen zich te onderscheiden door kort te eindigen in een Gran Fondo. Dan moet je dus zo snel mogelijk voorin zitten. Dat blijkt. Als ongeleide projectielen knallen tientallen tot op het bot afgetrainde waaghalzen in een rotvaart langs me heen. Hier en daar klinkt het nog ‘piano, piano’, maar het helpt niets. Het is ‘corsa di follia.’ (Koers van de waanzin).

Als we eenmaal buiten de stad rijden, is de razernij gelukkig voorbij. Een lange sliert kleurige renners zoeft in diffuus ochtendlicht over een perfect geasfalteerde slingerweg. Prachtgezicht. De snelheid blijft echter constant hoog, mijn klokje geeft steeds boven de 40 aan. Dilemma; het rijdt heerlijk tussen de wielen, maar ik wil ook nog wat overhouden voor de beklimmingen. Ik laat mijn tempo zakken. Een verstandige keuze: na 50 kilometer op de eerste serieuze helling van de dag, de Montecavallo, rij ik relaxed naar boven en geniet volop van het fraaie Emilia-Romagna-decor, zelfs met besneeuwde bergtoppen in de verte. Hier doe je het voor.

Na de afdaling van de Montecavallo kun je kiezen voor Medio (105 km, 1335 hm) of Lungo, (152 km, 2050 hm) de lange afstand met de Ciola (547m) en de Montevecchio Cima Pantani als extra beklimmingen. Ik kies voor de meest populaire, korte route (het is nog vroeg in het seizoen). In het dal na de Paderno/Collinello (300 m.) formeren zich weer allerlei groepjes en gaat het opnieuw in vliegende vaart richting Cervia.

Op de uitslagenlijst bij de finish zie ik Enrico’s naam opduiken. Ook hij heeft de Medio gereden, maar hij had er wel een dik uur minder voor nodig.

Of ik hier toevallig terecht ben gekomen? Nee hoor, collega Andrea Manusia heb ik leren kennen op het World Press Cycling Championship (WPCC), een jaarlijks wielerfeest voor journalisten die elkaar de maat nemen in verscheidene koersen met als hoofdprijs de wereldtitel. Elk jaar weer gaf Andrea, officieel pleitbezorger van zijn streek, lyrisch op over Emilia-Romagna als fietswalhalla. Het mooie weer, de uitdagende hellingen en vooral ook het lekkere eten... Nou, dat werkte uiteindelijk deze reeks van ideale fietscondities. En dan ook: voor het zuur uit de benen te halen zijn er de badplaatsen Cervia, Rimini of Cesenatico met hun brede zandstranden. Eh… Cesenatico..? Juist ja, dit is Pantani-land.

Populair fietsgebied

Fietsen is populair in Emilia-Romagna, binnen een paar maanden worden er acht Gran Fondo’s verreden. De oudste en bekendste (en de zwaarste wellicht) is Nove Colli in mei vanuit Cesenatico: pakweg 12.000 deelnemers. De jongste telg is Ride Riccione, volgens ingewijden de mooiste van allemaal. Voor mij op het programma de Granfondo Via del Sale (de Zoutweg). Vertrek vanuit Cervia, een dik uur uur vlak en dan hellingen als de Montecavallo (lengte 8,2 km, 460 m. hoog, gemiddeld 6% met uitschieters naar 15%) of de Paderno/Collinello (4,5 km, 300 m. hoog, gem.6%, max. 15%). Geen afschrikwekkende cijfers, maar vergis je niet: je begint op nul meter hoogte.

De beklimmingen in dit deel van Emilia-Romagna zijn voor een gemiddelde fietser goed te doen. Uiteraard is het handig, als je al wat kilometers en hellingen in de benen hebt. Vooraf een rondje over Utrechtse Heuvelrug of door Zuid-Limburg is een pre. Met 34 als kleine blad voor en 32 achter heb ik voldoende overschot, schat ik in. Maar als de weg opeens een paar honderd meter met 16% oploopt, ben ik echt wel blij met die kleinste versnelling.

Prima granfondo

De verzorgingsposten onderweg zijn goed voorzien. Opmerkelijk: de Italiaanse voorliefde voor koekjes. Je weet wel, wafeltjes of sprits. Bij elke post staan ze, bakken vol. Nog een pluspunt van deze Gran Fondo: de verkeersregelaars in hun oranje hesjes en gele vlaggen. Zij doen uitstekend werk. Bij elke zijweg, op elke rotonde wordt het andere verkeer resoluut tegengehouden. De Gran Fondo gaat voor alles. Dat fietst nog es lekker.

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met Fiets Magazine.

Fan of CycloWorld!

Become our Ambassador

Do you enjoy coming here, and do you think you can make a nice contribution to CycloWorld? We are always looking for ambassadors who want to help us deliver content.

Related posts