12-10-2021 | Luc Nouwen

WK Gran Fondo: het gevecht tegen het natuurgeweld

Hoe aangenaam het verblijf in Pale ook is, de hond van de buren had ik graag wat aangedaan… Het beest hield niet op met blaffen en dat kon ik missen als kiespijn de nacht voor mijn mediofondo. Even met kussen, dekbed en smartphone naar de andere kamer, maar door klonk het geblaf nog feller.

Ik vond dat de wekker toch lang op zich liet wachten… even kijken hoe laat het is. Ah, de smartphone ligt nog op de andere kamer en het is drie kwartier later dan ik gepland had om op te staan. Me verslapen is een uiterst zeldzame gebeurtenis; al goed dat ik altijd tijd inplan om “nog een band(je) te wisselen”.

De fiets is er in elk geval klaar voor.

Ingepakte renners

Het regent (zoals al drie dagen lang) en het is koud… Ik vertrek met de auto naar de startplaats in Sarajevo, een dik half uur rijden. De parking staat al goed vol en overal staan goed ingepakte renners. Het druppelt, dus een half uurtje opwarmen zit er toch in.

Deelnemen aan dit WK, tijdrit en wegrit, was mijn hoofddoel voor 2021. En zie daar het is gelukt (voor de wegrit met dank aan een “wild card” van Belgian Cycling). Blijkbaar straalt dat al van me af aan de start (met de fantastische broek en armwarmers van Parentini!).

Op basis van mijn uitslag in de kwalificatiewedstrijd in augustus (op hetzelfde parcours) waren de verwachtingen minder hoog gespannen dan voor de tijdrit, waar ik een mooie 9de plaats wist te bemachtigen. Een strijdplan had ik echter wel: bij de eersten de helling op na enkele kilometers, vooraan in het peloton blijven om over de verkeersdrempels te jumpen in de eerste afdaling, valpartijen vermijden, aanklampen bergop en zien waar we stranden.

Rustige start

Het vertrek was eerder gezapig. Het begon weer goed te regenen en dat zette aan tot enige voorzichtigheid. Zonder veel moeite draaide ik als tweede de eerste helling op; enkel een Zweed wilde echt voluit gaan. Een Oostenrijker was duidelijk ook van plan om niet te remmen voor de verkeersdrempels in de eerste afdaling en plaatste een demarrage. Ik rij een tiental meters voor de groep en voer mijn strijdplan mooi uit. Daarna wat schuilen in het peloton met als gevolg dat je constant water in het gezicht gespoten krijgt. Bij de derde rotonde is het zover. Enkele meters voor me schuift een deelnemer uit en de kegels vallen. Sinds mijn sleutelbeenbreuk weiger ik nog te vallen, hetgeen betekent dat ik al het mogelijke doe om een valpartij te ontwijken. En zie, mijn piste-ervaring komt me hier goed van pas: wegsturen van de vallende en schuivende renners; bodycheck tegen een andere deelnemer en aanzetten. Ik moet natuurlijk wel een eerste jasje uit doen om opnieuw vooraan aan te sluiten.

Kouder en kouder

Ik begin als tweede aan de dertig kilometer bergop. En dan volgt dat vervelende moment, waar ze me links en rechts voorbijrijden en het tempo te hoog ligt voor mijn maximale hartslag… Circa 25 renners rijden weg en ik moet mijn tempo zoeken. Daar gaat mijn stille ambitie om bij de 20 eersten te eindigen (43 renners waren ingeschreven in de categorie 60-64). Ondertussen blijft de regen op ons neerdalen en zakken de temperaturen met elke meter naar het eindpunt op meer dan 1500 meter.

Zes kilometer voor Trebevic begint het steilste stuk met stijgingspercentages van 10-15%. Ik bengel achter aan een groepje. Hoe steiler het wordt, hoe meer ik naar voor kruip. Honderd meter voor me rijden nog een aantal moedigen. Daar wil ik naar toe. En dat lukt: tergend langzaam, maar al is alles boven de 10% een marteling voor je gestel, op één of andere manier ga ik dan toch dat tikkeltje sneller vooruit dan de anderen bij de tweede helft van het peloton.

Zodra steilste gedeelte achter de rug is, blijken een Zwitser en ik diegenen die het werk wel willen opknappen. De anderen eten ons bord leeg en in mijn enthousiasme blijven mijn drinkbussen vol en mijn gelletjes in mijn achterzakken. Hoe eigenaardig het ook klinkt, ik geniet van het feit dat ik hier gewoon goed rij, dat de benen meewillen en dat ik ze achter me hoor hijgen en puffen. Op een steil stuk rijden mijn Zwitserse metgezel en ik weg en we blijven weg.

In de gedeeltelijke afdaling naar de laatste klim neem ik de leiding. De wind zit tegen, maar het kan nu toch niet meer stuk? Tot de Zwitser in het begin van de 7 km lange klim overneemt en ik blokkeer… Eigen tempo zoeken. De Zwitser in het vizier houden. Eens even achter me kijken. Niemand te zien.

Sneeuw

Zeven kilometer bergop is lang als je er al 20 in de benen hebt. Nog eens op de pedalen lopen. Ik plof snel terug in het zadel. De sneeuwvlokken beginnen neer te dwarrelen. Mijn handen en voeten beginnen erg koud aan te voelen. En ik blijf de goede raad van José De Cauwer vergeten: eten, drinken, eten, drinken. Nog eens achteruit kijken op 4 km van het einde; nog niemand te zien. Op 2 km van het einde hoor ik dan plots geluid achter me. De groep die ik uit het wiel gereden had, haalt me in. Eén voor één rijden ze me voorbij. Telkens probeer ik aan te klampen, maar het is op. Mijn Zwitserse vriend ondergaat hetzelfde lot. Ze hebben ons bord leeg gegeten. De enige die ik op 50 meter van de meet opnieuw inhaal is de Zwitser die een nog hardere klop krijgt dan ik.

In een winterlandschap rijden we naar de meet. De organisatoren hebben de eindstreep 200 meter verder steil omhoog gelegd dan tijdens de kwalificatiewedstrijd, namelijk aan de ingang van de hotelsponsor. Twee Belgische dames helpen me van de fiets, geven me koekjes en drank. Er komt geen woord uit mijn mond. “Misschien is het een Waal”, zegt één van de vrouwen. Ik schud van neen…

Verkleumd tot op het bot

Nu moet ik nog terug naar het appartement: een afdaling van 12 kilometer. Voor de start had ik het reddingsdeken dat in mijn auto lag in één van mijn achterzakken gestoken. De dames helpen me om het rond mijn lijf te wikkelen. Belgisch kampioen Patrick Cocquyt, die mooi vijfde werd, biedt me zijn reservehandschoenen aan. Ik zeg dat het wel niet nodig zal zijn.

De sneeuwval heeft ondertussen plaats gemaakt voor gietende regen. De afdaling duurt verbazingwekkend lang. Mijn handen veranderen langzaam in ijspegels. Het bevel “remmen” moet ik twee keer geven. Goed dat ik enkele maanden geleden een nieuwe fiets met remschijven gekocht heb! De straat is hier en daar herschapen in een beek. Heelhuids bereik ik de deur van het appartement. De sleutel terugvinden en in het sleutelgat krijgen is moeilijker dan dat stuk van 15% bergop. Een uur heb ik lopen bibberen in het appartement, maar na de douche was er een zalig warm gevoel.

De uitslag was niet overweldigend: 26ste van de 38 vertrekkers; zonder inzinking op het einde was dat 22ste geweest. Nu het is wel een wereldkampioenschap en enkel diegenen die zich goed genoeg achten, nemen deel. Patrick is beroepsrenner geweest; Andrej Zvabi (15de) Joegoslavisch staatsamateur. Ik heb enkel bij de 'studenten' wat rondgefietst. Dus mijn smile blijft groot, zeker met de top 10 in de tijdrit in het achterhoofd.

De volgende morgen volgt een echt Bosnisch ontbijt met veel zin voor klantvriendelijkheid klaargemaakt door gastvrouw Marjana en dan kan de terugreis beginnen!

Tijd voor reflectie

Tijdens zo’n lange reis (1800 km) alleen in de auto heb je veel tijd om zaken te laten bezinken. Het was interessant om kennis te maken met Bosnië en Hercegovina alsook Republika Srpska. Veel goede wil was er ondanks de af en toe wat manke organisatie. En dan heb je de fijne mensen die je tegenkomt zowel bij deelnemers als bij de lokale bevolking. Toch bekruipt me hetzelfde gevoel als bij het verlaten van Hongarije begin jaren negentig. 

Slaagt dit land erin om figuren zoals de huidige Hongaarse verlichte despoot van de macht te houden, terwijl de EU top veel zegt en weinig doet of wordt het een koekje van hetzelfde deeg? Wat denken jullie van een vlag met de waarden betrouwbaarheid, degelijkheid en dienstbaarheid en een grondwet op basis van gelijkenissen en respect voor verschillen? “Marjana for president” en het komt zeker goed!

Fan of CycloWorld!

Become our Ambassador

Do you enjoy coming here, and do you think you can make a nice contribution to CycloWorld? We are always looking for ambassadors who want to help us deliver content.

Related posts